Cornelis Ponse van der Weijden, derde generatie

Cornelis, roepnaam Crelis, werd geboren in Nieuwkoop vóór 1700 als zoon van Pons Pieterzoon van der Weijden en Annetje Kornelis. Cornelis wordt in het doopregister Cornelis Jansz van der Weijden genoemd. Cornelis trouwde voor het gerecht op 17 januari 1723 te Aarlanderveen met Aaltje Meerters (Maartense) Hoogeboom. Ze kregen 4  kinderen namelijk; Jan, Jacob, Cornelia en Maarten. Op 4 juli 1723 laat het echtpaar door een notaris te Ter Aar een testament maken.

Hij legateert, ‘alle de kleederen van linnen ende wolle dat er bij sijn overlijden bevonden sal worden sal werden tot  sijn lijf te behoren’ aan zijn broerder Pieter Ponse, aan zijn zusterskind Annetje Taat en aan zijn halve broeder Leendert Cornelisse Pot, ieder voor een derde part.

Verder benoemt hij tot zijn enige en universele erfgenaam zijn huisvrouw en tot mede-erfgenamen in hun legetieme portie zijn eventuele kinderen bij haar in huwelijk te verwekken, alsmede haar voordochter Martie Jacobs Lelyveld. (dochter uit het eerste huwelijk van Aaltje Meerters (Maartense) Hoogeboom en Jacob Corneliszoon Lelyveld). Cornelis Ponszn van der Weijden kocht in 1726 voor f 404,- van de Armemeesters van de Groote Huijsarmen te Aarlanderveen een huijs en erve binnen het dorp Aarlanderveen, strekkende van de Heerestraat tot aan de koper toe (locatie nu ; de zuidkant van de huidige bakkerij Van Leeuwen). Of hij daar daadwerkelijk hebben gewoond is mij niet bekend. Hij verkocht het huis in 1737 aan Klaes Jansz Mous. Klaes verkocht op zijn beurt op diezelfde dag aan Cornelis Ponsz. een huis en erve no 167 in ’t Zuydeijnde van Aarlanderveen, strekkende van de Aarlanderveensedijk tot Pieter Ponsz van der Weijden. Betaald werd met een bedrag van  f 377,- en een kustbrief (schuldbekentenis) per reste van f 173,- t.b.v. Ermpje Huijberts, weduwe van Cornelis van Rhijn, alsmede een gouden ducaat en silveren ducaton (zilveren muntsoort gangbaar van de 16de tot de 18de eeuw)  tot speldegeld  ( een soort toegift bij een koop voor de vrouw van de verkoper). Het was dus een soort woningsruil. Vermoedelijk woonden zij hier tot 1761.

In de loop der jaren kocht en verkocht hij nog diverse stukken veen-, wei-., hooiland en water aan de oostzijde van de Aarlanderveensedijk en later met Jan Rotterdam en Willem van Leijden aan de westzijde van dezelfde dijk. Ook bezaten zij enkel turfschuren. Zijn 1/3 aandeel in de partijen land  aan de oostzijde van de Aarlanderveensedijk, aangekocht in compagnonschap met Jan Rotterdam en Willem van Leijden, verkocht hij op 20 juni 1760 voor f 1.200,- contant aan zijn zoon Jan en zijn 1/3 aandeel in de partijen land aan de westzijde van genoemde dijk verkocht hij op 19 oktober 1761 voor f 600,- contant aan zijn zoon Jacob.

Op 27 april 1761 doet Cornelis aangifte van de dood van zijn vrouw Aaltje Maartense Hoogeboom. Voor deze aangifte betaalde hij f 3,- impost.
Cornelis hertrouwde vervolgens op 9 november 1761 voor het gerecht met Neeltje Gerrits van Beieren  weduwe van Jacob Cornelisz Lelijvelt, geboren en wonende te Nieuwkoop. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. In verband met het huwelijk vond er op 24 oktober een boedelscheiding plaats tussen hem en zijn kinderen, waarbij in de minne werd overeengekomen, dat hij zou hebben en behouden alle roerende en onroerende goederen van de boedel, alsmede de schulden en lasten. Aan ieder van de kinderen werd uitgekeerd een bedrag van f 250,-, maar Annigje ontving hiervoor in de plaats huis en erf no 167, haar ouderlijk huis dus. Cornelis en Neeltje verhuisden naar het Zuideinde van Nieuwkoop. Op 9 januari 1763 lieten zij een testament op de langs levende maken.

Cornelis Ponsz. van der Weijden overleed op 25 februari 1771 en werd op 2 maart in de Gereformeerde Kerk te Nieuwkoop begraven, waarvoor f 3:8:0 werd betaald en nog  f 0:15:0 voor een half uur luiden van de klok. Bij zijn overlijden bezat hij in Aarlanderveen nog maar de helft in twee partijen water, voor de successie getaxeerd op f 50,- en nog de helft in een speeltuin op f 10,-. Deze speeltuin werd later door Neeltje Gerrits van Beijeren verkocht aan zoon Jacob Cornelisz. van der Weijden.

Op 21 april 1771 vond er ‘min en vriendschap’ weer een boedelscheiding plaats. Neeltje mocht alle goederen uit de boedel behouden met volle recht van eigendom, maar was wel gehouden alle schulden en lasten uit die boedel te betalen. De nagelaten kinderen van Cornelis namen genoegen met een bedrag van f 500,- hetwelk ze contant kregen uitbetaald. Neeltje Gerrits van Beijeren overleed te Nieuwkoop op 8 januari 1776 en werd eveneens in de Gereformeerde Kerk begraven op 12 januari 1776.