Jacobus Gerardus van der Weijden achtste generatie

Jaap werd geboren op 20 april 1873 in Ouderkerk aan de Amstel, gemeente Ouder-Amstel. Jaap is de zoon van Petrus (Piet) van der Weijden en Aaltje Houweling.  Op de geboorteakte van Jaap staat als geboorteplaats Ouder-Amstel Wijk D, nummer tweehonderdentweeënvijftig. Jaap overleed op 5 januari 1948, op 74 jarige leeftijd, na een langdurige ziekte, voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden, in het St. Theresia Rustoord te Ouderkerk aan de Amstel. Hij werd begraven op vrijdag 9 januari 1948 op het R.K. Kerkhof te Ouderkerk aan de Amstel. Voorafgaand aan de begrafenis waren der uitvaartdiensten in de parochiekerk van de H. Urbanus te Ouderkerk, s’ morgens om 8 uur een stille H. Mis en om 10 uur een gezongen Requiem Mis.   

De geschiedenis van Ouderkerk aan de Amstel gaat terug tot in de Middeleeuwen. Ouderkerk is zo’n tweehonderd jaar ouder dan Amsterdam. Tot aan de 14e eeuw was Ouderkerk het bestuurscentrum van Amstelland. Ouderkerk behoorde evenals Duivendrecht en Waver vroeger bij Utrecht en niet bij Holland. De bisschop van Utrecht verleende concessies aan mensen die het veenmoeras in Amstelland wilden ontwikkelen. De eerste bewoners van het gebied dat later Ouder-Amstel ging heten, bevonden zich in een drassig veengebied, doorsneden door rivieren en riviertjes. Het veen stak meters boven de waterlopen uit. Om het gebied bewoonbaar te maken was een goede afwatering nodig. Daartoe groef men sloten in het veen, loodrecht op de oevers van de rivieren. Zo ontstond Duivendrecht , Ouderkerk aan de Amstel, Bullewijk en Waver langs de Oude Waver. Van de naam Ouder-Amstel staat vast dat deze al heel oud is en in het verleden luidde: “ame stelle”. Dit betekent “plek aan het water”. Oorspronkelijk strekte de gemeente zich uit in de polders aan beide zijden van de rivier. De naam Ouderkerk aan de Amstel is, naar wordt aangenomen, aan het eind van de 13e eeuw ontstaan, nadat in 1278 Nieuwer-Amstel (het huidige Amstelveen) een eigen -nieuwe- kerk kreeg.

Jaap en Riek van der Weijden en dochter Aal

Jaap was veehouder/veehandelaar van beroep. Hij was volgens de overlevering, een van de eerste in Ouderkerk aan de Amstel die een auto had. Jaap trouwde op 6 mei 1903 te Ouder Amstel met Hendrica Maria (Riek) Hoonhout. Riek werd geboren op 16 augustus 1883 en overleed, 82 jaar oud, op 3 juli 1866 te Ouderkerk aan de Amstel. Getuigen bij het huwelijk waren: Wilhelmus Johannes van Wees, 37 jaar, veehouder van beroep, een halfbroer van Jaap, wonende te Ouder Amstel. Cornelis Petrus van der Weijden, 26 jaar, landbouwer van beroep, een broer van Jaap, wonende te Ouder-Amstel. Cornelis Petrus Homan, 29 jaar, veehouder van beroep wonende te Nieuwer Amstel. Jacobus Gregorius Vernooij, 23 jaar oud, melkslijter van beroep, wonende te Amsterdam. Cornelis Petrus Homan, 29 jaar, veehouder van beroep wonende te Nieuwer Amstel. Jacobus Gregorius Vernooij, 23 jaar oud, melkslijter van beroep, wonende te Amsterdam.

Jaap trouwde op de zelfde dag als zijn zus Petronella  Anna die in het huwelijk trad met Cornelis Petrus Homan.

Jaap en Riek kregen 7 kinderen: Alida getrouwd met P.A. van Gastel, Hendrika Alida getrouwd met Joost Martinus van der Horst , Petrus Cornelis getrouwd met Jantje Sloot, Hermanus Johannes  jong overleden door verdrinking, Cornelis Petrus getrouwd met Agatha Maria de Jong, Jacobus Gerardus getrouwd met Catharina Cornelia Magaretha van het Klooster Hermanus Cornelis getrouwde met Alida Johanna Maria Compier.

Jaap werd in 1892 gekeurd voor militaire dienst. Hierdoor weten we dat Jaap 1,78 m lang was en een licht bouw had. Jaap had donker blond haar, grijze ogen, een rond gezicht, een hoog voorhoofd en een ronde kin. Jaap werd vrij gesteld van militaire dienst omdat hij lichaamsgebreken had die vermeld staan onder 186 en 156 genoemd in Reglement B op het geneeskundig onderzoek, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 2 november 1883  Staatsblad no 151. Deze lichaamsgebreken waren: N°. 156. Verduisteringen en andere weefselveranderingen van het hoornvlies met vermindering van de gezichtsscherpte:
a. van het rechteroog tot 1/3 of lager, ook indien het linkeroog normaal is;
b. van het rechteroog tot tot 1/2, als de gezichtsscherpte van het linkeroog tot 1/4 is verminderd;
c. van het linkeroog tot 1/10, als de gezichtsscherpte van het rechteroog minder dan 1 is.
d. van het linkeroog tot 1/20, ook indien het rechteroog normaal is.
De gezichtsscherpte te bepalen zonder aanwending van glazen.
N°. 186. Gezichtszwakte (amblyopia), wanneer de gezichtsscherpte is gedaald, zoals in no. 156 is omschreven. Jaap kon dus niet goed zien.

Hendrica Maria (Riek) Hoonhout is de dochter van Hermanus Hoonhout en Aaltje van ’t Schip. Riek kwam uit een gezin van 8 kinderen waarvan er 6 dood werden geboren of op jonge leeftijd overleden. Haar vader was veenwerker van beroep. De familie Hoonhout kwam van oorsprong uit de omgeving van Meppel. De oudste stamvader, Albert Hoonhout werd geboren op 30 december 1748 en overleed op 14 juli 1814 in Waverveen. Hij trouwt op 3 september 1775 te Waverveen met Hilletje Jochems (vermelding jd van Steenwijk).

Riek van der Weijden (midden) met zoon Piet en schoondochter Jannie

Uit het familieboek van “Van Wees” geschreven door een halfbroer van Jaap van der Weijden zijn de volgende citaten gehaald die een beeld geven van het begin van de twintigste eeuw. Kleuterscholen waren in het begin van de twintigste eeuw nog niet bekend. Een fiets of een step voor kinderen lag nog ver in het verschiet. Het enige vervoermiddel waren je eigen benen met klompen aan je voeten. De meeste kinderen konden vanwege kromme benen, als gevolg van de Rachitis of Engelse ziekte, niet vroeg lopen. Een paar klompen liep je in drie weken op. Je kon ze ook met ijzeren plaatjes kopen. Je liep daar veel langer op, maar het kraste wel erg. Als je 7 was geworden en zondags mee moest naar de kerk kreeg je schoenen aan, meestal van een broertje. De een ging dan vroege mis en de andere late. Met het zondagse jasje deed je dat ook zo. Met Sint Nicolaas mochten de klompen worden gezet. De vaste cadeaus waren dan een paar wanten, een doek of muts, een appel en een speculaaspopje. Als je ouder werd was het een vaste regel dat je schaatsen kreeg.