Petrus van der Weijden zevende generatie

Piet van der Weijden zouaaf voor de paus

Piet is de jongste zoon van Jacob van der Weijden en Anna Nieuwendijk. Piet werd geboren op 12 december 1840 te Zevenhoven en overleed (51 jaar oud) op 22 december 1899 te Ouderkerk aan de Amstel. Piet trouwde op 10 april 1872 te Ouder-Amstel met Aaltje Houweling. Zij werd geboren op 1 januari 1841 en overleed op 19 maart 1907. Voor Aaltje was dit haar tweede huwelijk. Haar eerste man Piet van Wees, geboren op 25 december 1831, was op 19 januari 1871 overleden Piet was van 14 oktober 1867 tot september 1870 zouaaf. Hij heeft voor de paus gevochten om de Kerkelijke Staat te beschermen tegen Garibaldi. Garibaldi wilde van Italië een eenheidsstaat maken. In de loop der tijd sloten zowel noordelijke als zuidelijke provincies zich bij hem aan. De Kerkelijke Staat vormde echter een obstakel. Door de ligging, tussen de noordelijke en zuidelijke provincies in, verdeelt het Italië in tweeën. In maart 1860 verlieten Parma, Modena, Toscane en Romagna de Kerkelijke Staat. Zij sloten zich aan bij het nieuwe Koninkrijk Italië, dat door toedoen van de eenheidsbeweging inmiddels tot stand was gekomen. Hierdoor verzwakte de macht van de Kerk. Paus Pius IX bleef de resterende gebieden van zijn staat verdedigen. Hij kon daarbij rekenen op militaire steun van de Franse keizer, Napoleon de derde. In 1864 moest die om politieke redenen zijn militaire steun verminderen. Er werd een oproep gedaan om katholieke jonge mannen om zich voor de verdediging van de Kerkelijke Staat beschikbaar te stellen. Uit Nederland kwamen de meeste vrijwilligers namelijk 3.180 man. In het Brabantse Oudenbosch vestigde pastoor Hellemons een opvangcentrum dat ingericht werd als verzamel- en vertrekpunt. Van hieruit vertrokken de Zouaven naar België voor de keuring, waarna ze met de trein naar Marseille en met de boot naar Rome reisden. De zestig gulden reisgeld naar Rome moesten de vrijwilligers zelf betalen. Het werd uiteindelijk een hopeloze strijd, waarbij veel zouaven het leven lieten. Doordat Frankrijk zich in 1870 geheel terug moest trekken wegens verliezen aan andere fronten zag de Paus zich genoodzaakt te capituleren. Vanaf dat moment werd er op het Capitool een streep door de wereldlijke heerschappij van de Paus gehaald. De Kerkelijke Staat in zijn toenmalige verschijningsvorm hield daarmee op te bestaan. De zouaven vertrokken van Italiaanse bodem en gingen huiswaarts. Hoewel de zouaven binnen eigen kring een hoog aanzien genoten en als helden werden binnengehaald, betekend de terugkeer voor hen geen betere sociale en maatschappelijke positie. Sterker nog: Nederlandse Zouaven verloren door hun militaire dienstneming bij een ‘vreemde’ mogendheid het Nederlandse staatsburgerschap. Pas in 1947 werd aan de Zouaven officieel het Nederlanderschap teruggegeven, maar geen van hen heeft dat meegemaakt omdat de laatste Zouaaf in 1946 was overleden.

Piet werd onderscheiden met de Medaille Mentane (Mantanakruis) en Bene Merenti. De medaille Mentane is een herdenking aan de slag van Mentana. Bij deze slag op 3 november 1867 behaalden de zouaven hun grootste zege. 5000 Zouaven brachten een verpletterende nederlaag toe aan 15.000 Garibaldisten.

De onderscheiding Bene Merenti is eerstmaals toegekend door paus Pius VI (1775-1799) ter beloning van militaire verdiensten. Vervolgens stelde paus Gregorius XVI in 1832 twee medailles in ter beloning van civiele en militaire moed en durf. ingesteld in 1891/1912. Daarna zijn ook bij andere gelegenheden medailles uitgereikt ter beloning van bijzondere verdiensten, onder meer bij de verdediging van de Pauselijke Staten: “Pro Petri Sede” in 1860 en “Fidei et Virtuti” in 1867. De door paus Leo XIII ingestelde Bene Merenti-medaille kreeg echter een permanent karakter.

Piet was voor zijn huwelijk metselaar. Na zijn huwelijk met Aaltje Houweling werd hij veehouder op de boerderij “Kerkzicht”genaamd gelegen aan de Voordijk later Holendrechterweg 36 in Ouderkerk aan de Amstel. 

Piet kocht de boerderij van zijn schoonvader de Ouderkerkse timmerman en grondbezitter Willem Houweling. Willem was vele jaren wethouder in Ouderkerk aan de Amstel gemeente Ouder-Amstel.

Het is niet bekend wanneer de boerderij is gebouwd. Rond 1700 was het bedrijf ongeveer 70 ha groot. Verschillende Amsterdamse kooplieden en regentenfamilies, werden achtereenvolgens eigenaar van het bedrijf.

In het begin van de 18de eeuw was Kerkzicht in eigendom van Mr. David de Wilhemdie om zijn prinsgezindheid in 1672 door Stadhouder Willem III tot Schepen van Amsterdam verkozen was. David  de Wilhelm was gehuwd met Hillegonda van Beuningen, een nicht van den beroemden staatsman en Amsterdamschen Burgemeester Coenraad van Beuningen. Hun zoon Mr. Coenraad Le Leu de Wilhem en dochter Clara Elisabeth de Wilhem erfden de boerderij van hun vader. Mr. Coenraad Le Leu de Wilhem was secretaris van de Desolate Boedelkamer, vanaf 1672 schepen van Amsterdam en bewindvoerder VOC. Hij was gehuwd met Magaretha Somer (een kleindochter van Admiraal Michiel de Ruijter). Mr. Coenraad Le Leu de Wilhem verkocht in 1722 de helft van de boerderij aan zijn zus Clara Elisabeth de Wilhem.De omvang van het bedrijf nam in de loop van de tijd sterk af, ten gevolge van verkoop van grond aan verveners. Verveners baggerden het veen enkele meters diep uit om het tot turf te verwerken. In 1806 was het bedrijf nog 50 ha groot, in 1830 was er nog 35 ha over en in 1833 nog maar 17 ha. Rond 1860 komt het bedrijf in handen van Willem Houweling.

Het echtpaar Piet van der Weijden en Aaltje Houweling kregen 5 kinderen. Jacobus Gerardus 1873-1948  Trouwde met Hendrica Maria Hoonhout Anna (1874-1875  Jong overleden Cornelis Petrus (1876- 1904 )Trouwde met Catharina Elisabeth Kaatee Petronella Anna (1879-1944  Trouwde met Cornelis Petrus Homan Anna Cornelia (1885 -??)  Jong overleden

De twee zoons, Jaap en Kees, bleven werken in de agrarische sector.

De vrouw van Piet, Aaltje Houweling werd op 1 januari 1841 geboren te Ouderkerk aan de Amstel en overleed op 19 maart 1907 te Ouderkerk aan de Amstel. Zij is de dochter van Willem Houweling en Petronella Koekenbier. Aaltje kwam uit een gezin van 16 kinderen, waarvan 4 kinderen op jonge leeftijd overleden. Haar vader Willem Houweling was timmerman te Ouderkerk. Hij bezat land in de Holendrechter- en Bullewijkerpolder. Nadat de veenderij in de polder was gestopt en het meer was drooggemalen, bezat of pachtte hij in 1873/1874 liefst 95 ha. Hij deed jarenlang het onderhoud aan de polderkade langs de Holendrecht en aan de molens in de Holendrechter- en Bullewijkerpolder. Vele jaren is hij opzichter in deze polder geweest. Tijdens de bouw van de rooms-katholieke kerk te Ouderkerk hield hij toezicht op de aanleg van de fundering en de vloer.

Waar komt de familienaam Houweling vandaan? Het Meertensinstituut geet de volgende uitleg over de familienaam Houweling. Aanvankelijk had het achtervoegsel -ing/-ink een patronymische functie: Aalderink, voorheen Alardink = behorend tot de familie van Alard. In de middeleeuwen verloor het achtervoegsel deze functie; patroniemen werden voortaan gevormd met het achtervoegsel zoon of dochter, waarvan in familienamen de buigings -s of -en en/of de versleten vorm -se(n) resteert: Aalders, Alards, Aartsen.
Namen met -ing/-ink waren vooral in het oosten van het land overgegaan op de woonplaatsen, op de erven of boerderijen van de betreffende families. Latere bewoners ontleenden hun achternaam aan deze woonplaatsen. Hoewel de meeste van deze namen oorspronkelijk een roepnaam bevatten, wordt dit type naam om de latere lokaliserende functie tot de adresnamen gerekend.
Omdat -ing/-ing als achtervoegsel productief werd bij de vorming van boerderijnamen, werden ook namen gevormd die niet van roepnamen waren afgeleid, bijvoorbeeld Veldink bij ‘veld’, Westerink naar aanleiding van westelijke ligging, Meijering van de meier (beheerder), Smeenk uit Smedink van de smid.

C